2.2 ROVA in het beheer van afval en grondstoffen
Toetreding nieuwe gemeenten
Met het besluit van private afvalbedrijven als Renewi en PreZero om niet langer in te schrijven op tenders voor de inzameling van huishoudelijk afval, is een nieuwe dynamiek ontstaan in gemeentelijk afvalland. Voor de uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht hadden gemeenten altijd drie keuzen: zelf doen, uitbesteden of inbesteden bij een gemeentelijk samenwerkingsverband. Door de terugtrekkende beweging van private afvalbedrijven zijn er steeds minder gegadigden in deze markt. Gemeenten die tot dusverre kozen voor de optie ‘uitbesteden’ komen daarmee voor een nieuwe afweging te staan. Tegelijkertijd zien we de behoefte van bestaande gemeentelijke samenwerkingen om zich verder te versterken. Uitdagingen op het gebied van afvalinzameling en -verwerking, voortschrijdende wet- en regelgeving en de snelle doorontwikkeling van automatisering en digitalisering, zijn voorbeelden van onderwerpen die vragen om investeringen in kennis en capaciteit. Om de maatschappelijke kosten die hiermee gemoeid gaan te beheersen, is verdere schaalvergroting wenselijk. Ook ROVA heeft in haar strategieplannen daarom opgenomen dat we de komende jaren de gemeentelijke samenwerking willen uitbreiden. Om die reden zijn wij ook gesprekken aangegaan met naburige gemeenten in onze regio’s. Dit heeft geleid tot het besluit van de gemeenten Leusden, De Bilt en Arnhem om aan te sluiten bij ROVA. Voor Leusden en De Bilt geldt dat dit per 1 januari 2027 zal worden geëffectueerd. Deze worden bediend vanuit de bestaande vestiging van ROVA in Amersfoort. Gemeente Arnhem zal per 1 juli 2027 formeel toetreden. ROVA zal hiervoor een ROVA-vestiging inrichten op de locatie van PreZero in Duiven. De betrokken medewerkers en voertuigen van PreZero zullen overgaan naar ROVA.
Visie op toekomstbestendig grondstoffenbeheer
Optimalisaties in afvalmanagement
Al sinds de oprichting van ROVA werken we met onze gemeenten aan het terugdringen van restafval en het bevorderen van hergebruik van grondstoffen. Belangrijke stappen zijn sindsdien gezet. Afval scheiden aan huis is in hoge mate ingeburgerd. De hoeveelheid restafval die voor verbranding wordt aangeboden is fors gedaald ten gunste van de hoeveelheid herbruikbare grondstoffen die wordt teruggewonnen. Nieuwe inzamelconcepten en beleidsinterventies als diftar en omgekeerd inzamelen worden hiervoor ingezet. Voor veel inwoners in Nederland is het inmiddels vanzelfsprekend dat herbruikbare grondstoffen als gft, oud papier, glas en textiel apart worden ingezameld. De responscijfers van deze stromen zijn over het algemeen gesproken goed. Bij de gescheiden inzameling van verpakkingen wordt het lastiger. Met name de diversiteit in het in te zamelen materiaal (kunststof verpakkingen in allerlei soorten en maten, blik en drankenkartons) en het enorme volume, maakt dat er niet één standaard oplossing afdoende is. In de niet-stedelijke gebieden worden met bronscheiding aan huis met voornamelijk minicontainers goede resultaten bereikt. Voor meer stedelijke gebieden met hoogbouw en compacte wijken zijn maatwerk oplossingen nodig. In sommige gevallen biedt nascheiding van verpakkingen uit het restafval de meest pragmatische oplossing.
In de grondstofmonitor laten we zien welke resultaten onze gemeenten inmiddels behalen. Afgezet tegen de VANG-doelen kan worden geconcludeerd dat er goede resultaten zijn behaald. Maar de circulaire ambities rijken veel verder. Om die reden worden gemeentelijke grondstofplannen voortdurend aangescherpt om inwoners te motiveren én te faciliteren om verspilling van grondstoffen tegen te gaan. Voorbeelden van uitgevoerde en onderhanden projecten zijn:
- Actualisatie gemeentelijk grondstoffenplan: Hardenberg, Hattem, Heerde, Twenterand
- Voorbereiding tot invoering van Diftar: gemeente Urk
- Implementatie Wegen op de zijlader: Dalfsen, Staphorst, Steenwijkerland
- Uitrol GRIP-wagen: Aalten, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Oost Gelre, Staphorst, Steenwijkerland, Twenterand, Urk, Zwartewaterland, Zwolle
- Faciliteren gft inzameling bij hoogbouw: Olst-Wijhe, Hardenberg, Twenterand, Zwolle
- Programma Terugwinnaars: Ommen, Westerveld
Het succes van de GRIP-wagen
Een mooi voorbeeld van het verder faciliteren van inwoners is de zogenaamde GRIP-wagen. GRIP staat voor GRondstoffen Inname en Informatie Punt. De gedachte hierbij is dat er in met name het grof huishoudelijk afval nog veel bruikbare grondstoffen zitten die nu te gemakkelijk in het restafval belanden omdat inwoners hiervoor niet naar een milieustraat rijden. Het gaat dan om kleine hoeveelheden van hout, metaal, kunststoffen, elektrische apparaten, maar ook om klein chemisch afval. Via een halteplaats systeem staat ons GRIP-voertuig op gezette tijden op toegankelijke locaties in de gemeente. Onze GRIP-medewerker zorgt daar tevens voor informatie en voorlichting over de recycling van deze grondstoffen. 14 ROVA-gemeenten (en hun inwoners) hebben inmiddels de voordelen van de GRIP-wagen ontdekt. In de komende jaren wordt een verdere uitrol van de GRIP-wagen verwacht.
Sturen op kwaliteit
In de voorgaande jaarverslagen hebben we al uitgebreid verslag gedaan van de transitie in afvalinzameling van volumesturing naar kwaliteitssturing. De gedachte hierachter is eenvoudig: willen we ingezamelde grondstoffen weer inzetten voor nieuwe toepassingen, dan moeten we zorgen dat deze zo schoon mogelijk zijn. Toen we hiermee begonnen was de reactie al snel ‘waarom, het is toch afval?’. Maar we willen afval juist als grondstof gaan zien en deze zo hoogwaardig mogelijk opnieuw benutten. Als we dan zorgen dat deze zo min mogelijk vervuild raken dan scheelt dat in navolgende ketenstappen. Om de kwaliteit van ingezamelde grondstoffen te bevorderen werd tot voor kort vooral ingezet op communicatie. Inwoners bewust maken en motiveren om afval beter te scheiden. Om echte impact te maken werken we inmiddels ook aan technische oplossingen en hulpmiddelen. Zo hebben we bij de inzameling van pmd proeven gedaan met de inzet van een wegende zijlader. De gedachte hierbij was simpel: pmd is lichter van gewicht dan restafval. Een container met schoon pmd zal daarom lichter zijn dan een vervuilde container. In een uitgebreide proef hebben we kunnen vaststellen dat het gewicht van de minicontainer een indicator is voor de mate van vervuiling. Daarvoor kunnen we de inzamelvoertuigen relatief eenvoudig uitrusten met een weegmodule zodat elke minicontainer bij het oppakken wordt gewogen. Boven een bepaald gewicht wordt de container dan teruggezet en kan de chauffeur onderzoeken of inderdaad sprake is van overmatige vervuiling. Op basis van de goede ervaringen in de pilots gaan we er van uit dat dit ons gaat helpen om meer grip te krijgen op de kwaliteit van het pmd. Passend bij de afspraken die tussen VNG en het verpakkend bedrijfsleven zijn gemaakt om meer in te zetten op de kwaliteit van het pmd, hebben we inmiddels besloten om de wegende vuilniswagen breed uit te rollen. 19 ROVA-gemeenten hebben zich al aangemeld voor deze nieuwe inzamelvorm. Vanwege de flinke impact hiervan op bestaande inzamelplanningen en het ombouwen van de voertuigen, gaan we dit de komende jaren gefaseerd uitrollen. De nieuwe inzamelmethode vraagt ook extra inzet en vaardigheden van de chauffeurs omdat zij regelmatig moeten uitstappen om een container te controleren op aanwezigheid van vervuiling. Hiervoor worden de betreffende chauffeurs speciaal opgeleid.
Een vergelijkbare proef hebben we gedaan met de inzet van AI bij de inzameling van gft-afval. Hier werkten we niet met gewicht als indicator, maar met het automatisch herkennen van vervuiling aan de hand van camerabeelden. De eerste pilot die we hiermee hebben uitgevoerd heeft nog geen directe toepassing opgeleverd, maar stimuleert ons wel om met soortgelijke innovaties door te gaan.
UPV invloed
Een onderwerp dat we de afgelopen jaren telkens uitgebreid hebben benoemd is de toenemende invloed van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) op de gemeentelijke afvalinzameling. Producenten worden door de afkondiging van UPV verantwoordelijk gesteld om zekere recyclingdoelen te halen. In het verslagjaar vroegen met name de ontwikkelingen bij de inzameling van pmd en textiel onze aandacht. Rondom de inzameling van pmd heeft de totstandkoming van de nieuwe afspraken tussen VNG en Verpact veel tijd en energie gevraagd van betrokkenen.Uiteindelijk zijn nieuwe afspraken gemaakt die in 2026 en verder moeten worden geëffectueerd. Ook hier speelt het streven naar kwaliteitsverbetering een grote rol. In de vergoedingen is een staffeling ingebouwd voor de kwaliteit van het pmd. Om dit per gemeente te meten is een landelijk meetsysteem uitgewerkt. Bij de ontwikkeling en uitwerking daarvan is ROVA nauw betrokken geweest met de inbreng van ons meetprotocol. We hebben hier ook een belang bij omdat we ook zelf de kwaliteit van ons pmd willen kunnen vaststellen. De uitwerking van de afspraken en de invoering van maatregelen uit de nieuwe samenwerkingsovereenkomst gaan grote impact hebben op gemeenten. Een daarvan betreft de sterke terugval in vergoedingen. Een tweede betreft het uitfaseren van in veel stedelijke gebieden gebruikte verzamelcontainers voor pmd. Gemeenten worden nóg nadrukkelijker geconfronteerd met de consequenties van vervuiling in de ingezamelde stromen. De daadwerkelijk te ontvangen vergoeding wordt hiervan afhankelijk gesteld. Intensieve samenstellingsmetingen moeten per gemeente het vervuilingspercentage zichtbaar maken. Vervolgens is het aan gemeenten om plannen te ontwikkelen om de kwaliteit te verbeteren. Op het moment van schrijven van dit jaarverslag verkeren veel gemeenten nog in onzekerheid wat dit financieel voor hen gaat betekenen.
Een andere belangrijke UPV-stroom is die van textiel. Vanwege de hoge ecologische footprint van textiel (intensief gebruik van land, water, energie en chemicaliën), streeft het Rijk naar een volledig circulaire textielketen in 2050. Op dit moment komt er nog relatief veel textiel in het restafval terecht en is er maar beperkte afzet voor ingezameld textiel. Het beleidsprogramma 2025-2030 van het ministerie stuurt op drie sporen: anders produceren; anders consumeren en meer hergebruiken en recyclen. Uiteindelijk moet al het textiel worden gemaakt van duurzame of gerecyclede materialen. Om daar te komen gelden vanaf 2025 concrete UPV-doelen. Over de uitwerking hiervan in relatie tot de gemeentelijke textielinzameling, worden gesprekken gevoerd, maar deze hebben nog niet geleid tot een eenduidige inzamelstructuur. Vergelijkbaar met de discussies over pmd-inzameling, blijkt het ook hier niet eenvoudig om sectorbreed duidelijke afspraken te maken die leiden tot een herkenbare inzamelstructuur.
Om de belangen van gemeenten beter te kunnen behartigen in de richting van de UPV organisaties, zoeken we intensief de samenwerking met branchegenoten Circulus, AVU, Midwaste, RKN, HVC en Omrin, alsmede met koepelorganisaties NVRD en VNG.Het streven is om te komen tot de oprichting van een publiek UPV-collectief waarin we de uitvoeringskennis van de publieke bedrijven bundelen.
CirkelWaarde: sturen op hoogwaardige recycling en CO₂ reductie
Ook in de externe omgeving waren er vele ontwikkelingen die voor dynamiek in het gemeentelijke afvalbeheer zorgen en onze volle aandacht vragen. We behandelen er een aantal.
Samen met AVU en Circulus sturen we in de grondstoffenalliantie CirkelWaarde op hoogwaardige recycling van grondstoffen en reductie van CO2 emissies. Via CirkelWaarde worden de afval- en grondstofstromen van de aangesloten gemeenten ondergebracht bij verwerkers. Door de krachten te bundelen kunnen we meer tijd en energie steken in kennisontwikkeling en onderzoek en kunnen we voor verwerkers interessante volumes bundelen om verwerkingsmogelijkheden in te richten. Naast verwerking streeft CirkelWaarde ook naar logistieke efficiëntie om het aantal transportkilometers te verlagen wat leidt tot reductie van CO2 en fijnstof uitstoot. Dit doen we door uitruil van afvalstromen (swap). Bij een swap ruilen we stromen van verschillende opdrachtgevers met verwerkers uit met als doel om minder transportkilometers te maken.
In 2025 heeft CirkelWaarde opnieuw haar meerwaarde bewezen door onder andere:
- De succesvolle heraanbesteding van het restafval van ROVA-gemeenten in de regio IJssel-Vecht. Een stap die bijdraagt aan een duurzamere leefomgeving omdat Twence de CO2 die vrijkomt bij verbranding van het afval afvangt en nuttig toepast. Hiervoor is door CirkelWaarde eerst een uitgebreide marktverkenning uitgevoerd.
- Ten behoeve van transportefficiëntie heeft CirkelWaarde in 2025 drie zogenaamde swaps (uitruil van afvalvolumes) gerealiseerd. Hiermee zijn 298.000 transportkilometers bespaard hetgeen een CO2 besparing oplevert van 238.000 kilo. Uiteraard levert dit ook een financiële besparing op voor de deelnemers (€ 398.000).
- Project ‘Van Afval tot Zeeman’ waarin een tastbaar circulair product is ontwikkeld uit versleten denim werkkleding. Het project was een samenwerking tussen CirkelWaarde en enkele Nederlandse textielpioniers waaronder Zeeman.
- Onderzoek naar herbruikbaarheid van meubels die aangeboden worden op onze milieustraten. Dagelijks komen vele houten meubels (kasten, tafels, dressoirs) als houtafval binnen op de milieubrengstations van ROVA. De meubels zijn soms nog bruikbaar. CirkelWaarde onderzocht hoe hoogwaardige meubels nog een tweede leven kunnen krijgen alvorens deze te verbranden.