6. Impact vanuit onze bedrijfsvoering & organisatie
Veiligheid en gezondheid
We realiseren ons dat we dagelijks met veel en groot materieel werkzaam zijn in de openbare ruimte en dat dit ook gevaren met zich meebrengt. In ons bestuursverslag leest u hier alles over onze inspanningen om een veilige werkomgeving te bieden voor medewerkers, medeweggebruikers en inwoners. Onderstaand laten we zien hoe we deze veiligheid monitoren. Deze gegevens gebruiken we om medewerkers bewust te maken van de risico’s en om ze verder te trainen. Daarnaast meten we hiermee het effect van onze maatregelen en ons beleid. Door risico’s tijdig te signaleren zijn we beter in staat om daarop te kunnen ingrijpen.
Melding onveilige situaties
In 2025 zijn er in totaal 483 onveilige situaties gemeld (MOS-melding) gemaakt (2024: 433, 2023: 203). Het doen van meldingen wordt actief gestimuleerd om daarmee meer zicht en beter grip te krijgen op (het voorkomen van) onveilige situaties.
| 2025 | 2024 | 2023 | 2022 | 2021 | 2020 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Onveilige situatie | 370 | 294 | 130 | 174 | 131 | 109 |
| Ongeval zonder verzuim | 32 | 45 | 32 | 32 | 30 | 40 |
| Ongeval met verzuim | 16 | 4 | 8 | 8 | 7 | 8 |
| Totaal meldingen | 483 | 433 | 170 | 214 | 168 | 157 |
| Verzuimdagen a.g.v. ongeval | 153 | 43 | 113 | 234 | 445 | 351 |
In 2025 hebben we helaas te maken gehad met een forse stijging van ongevallen met verzuim. Hoewel dit in de meeste gevallen geen blijvend letsel of langdurig verzuim tot gevolg had, vraagt deze stijging onze maximale aandacht. Alle ongevallen worden geanalyseerd en waar mogelijk voorzien van een verbeteradvies. Een ernstig incident heeft zich voorgedaan met een medeweggebruiker in de gemeente Urk.
Bij alle meldingen wordt een keuze gemaakt voor een basis risico factor (BRF). Hoewel de situatie vaak genuanceerder ligt dan alleen die ene factor, helpt het terugbrengen naar een BRF om meer inzicht te krijgen in de risicogebieden. De factoren worden onderverdeeld in drie hoofdcategorieën: Techniek (de kwaliteit van de uitrusting, machines, gereedschappen en het ontwerp van de werkplek); Organisatie (de effectiviteit van procedures, werkinstructies, onderhoudsprotocollen en de manier waarop verantwoordelijkheden zijn verdeeld) en Gedrag (de acties en beslissingen van de medewerkers, beïnvloed door factoren als communicatie, opleiding en de leiderschapsstijl).
Basis Risico Factoren
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Type | Aantal |
|---|---|
| Gedrag (196) | |
| Gedrag derden | 110 |
| Gedrag medewerkers | 81 |
| Orde en netheid | 5 |
| Organisatie (184) | |
| Beschermingsmiddelen en -methoden | 19 |
| Communicatie | 1 |
| Inkoop en selectie | 8 |
| Omgevingsfactoren | 39 |
| Onderhoud | 64 |
| Organisatie cultuur | 2 |
| Procedure en beleid | 43 |
| Strijdige doelstellingen | 3 |
| Training, opleiding en competentie | 5 |
| Technisch (103) | |
| Materieel en middelen | 67 |
| Ontwerp, constructie, ergonomie | 36 |
In de analyse van de oorzaak van letsels valt op dat geraakt worden of stoten aan iets het meeste wordt gemeld als oorzaak van letsel. Tegelijkertijd heeft dit in de meeste gevallen geen verzuim tot gevolg. Incidenten met verzuim zijn vaak het gevolg van snijden aan iets.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Totaal | |
|---|---|
| Trekken / duwen / tillen | 1 |
| Beknelling | 3 |
| Struikelen / uitglijden / verstappen | 5 |
| Vallen (van hoogte) | 5 |
| Aanrijding | 6 |
| Snijden | 8 |
| Anders | 8 |
| Geraakt worden door/stoten aan voorwerp | 12 |
Benchmarken: IF en SR
Om onze prestaties beter te kunnen beoordelen willen we vergelijkingen kunnen maken met branchegenoten. Hiervoor kiezen we voor de gangbare statistieken IF en SR. Intern krijgen we steeds beter zicht op deze kengetallen. Binnen de NVRD zoeken we de afstemming met vergelijkbare organisaties.
IF (Incident frequency)
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| maand | IF cumulatief | IF doelstelling | IF branche 2024 |
|---|---|---|---|
| jan-24 | 3,87 | 7,87 | 17,04 |
| feb-24 | 5,13 | 7,87 | 17,04 |
| mrt-24 | 5,13 | 7,87 | 17,04 |
| apr-24 | 5,11 | 7,87 | 17,04 |
| mei-24 | 6,43 | 7,87 | 17,04 |
| jun-24 | 6,56 | 7,87 | 17,04 |
| jul-24 | 6,52 | 7,87 | 17,04 |
| aug-24 | 3,94 | 7,87 | 17,04 |
| sep-24 | 3,95 | 7,87 | 17,04 |
| okt-24 | 5,23 | 7,87 | 17,04 |
| nov-24 | 5,25 | 7,87 | 17,04 |
| dec-24 | 6,52 | 7,87 | 17,04 |
| jan-25 | 9,10 | 7,87 | 17,04 |
| feb-25 | 7,81 | 7,87 | 17,04 |
| mrt-25 | 10,41 | 7,87 | 17,04 |
| apr-25 | 10,38 | 7,87 | 17,04 |
| mei-25 | 11,69 | 7,87 | 17,04 |
| jun-25 | 15,56 | 7,87 | 17,04 |
| jul-25 | 16,86 | 7,87 | 17,04 |
| aug-25 | 18,27 | 7,87 | 17,04 |
| sep-25 | 19,45 | 7,87 | 17,04 |
| okt-25 | 19,41 | 7,87 | 17,04 |
| nov-25 | 20,71 | 7,87 | 17,04 |
| dec-25 | 19,32 | 7,87 | 17,04 |
| jan-26 | 19,44 | 7,87 | 17,04 |
| feb-26 | 20,72 | 7,87 | 17,04 |
De Incident Frequency (IF) geeft een beeld van het aantal ongevallen in relatie tot de arbeidsuren. In 2025 zien wij een toename in het aantal gemelde incidenten met verzuim. Hoewel het aantal meldingen afnam in Q3 en Q4 is de algemene stijging nog steeds goed te zien. We zitten hiermee boven onze eigen gestelde doelstelling en iets boven het branchecijfer over 2024.
SR (Severity Rate)
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| maand | SR cumulatief | SR doelstelling |
|---|---|---|
| jan-24 | 22,18 | 47,24 |
| feb-24 | 7,69 | 47,24 |
| mrt-24 | 4,88 | 47,24 |
| apr-24 | 4,85 | 47,24 |
| mei-24 | 7,72 | 47,24 |
| jun-24 | 10,75 | 47,24 |
| jul-24 | 10,70 | 47,24 |
| aug-24 | 8,66 | 47,24 |
| sep-24 | 7,63 | 47,24 |
| okt-24 | 11,77 | 47,24 |
| nov-24 | 11,28 | 47,24 |
| dec-24 | 11,22 | 47,24 |
| jan-25 | 13,00 | 47,24 |
| feb-25 | 13,02 | 47,24 |
| mrt-25 | 13,66 | 47,24 |
| apr-25 | 21,02 | 47,24 |
| mei-25 | 19,55 | 47,24 |
| jun-25 | 21,86 | 47,24 |
| jul-25 | 22,11 | 47,24 |
| aug-25 | 24,66 | 47,24 |
| sep-25 | 26,34 | 47,24 |
| okt-25 | 26,92 | 47,24 |
| nov-25 | 28,22738250238787 | 47,24 |
| dec-25 | 28,09 | 47,24 |
| jan-26 | 36,04 | 47,24 |
| feb-26 | 53,62 | 47,24 |
De SR geeft een beeld van het aantal verzuimdagen in relatie tot de arbeidsuren. De SR geeft inzicht in de ernst van de incidenten. Ook hier zet de stijging zich licht voort. We blijven terugzien dat we vooral met kort verzuim te maken hebben door de incidenten, wat het bovenstaande ondersteund: meerdere incidenten, maar beperkt in ernst.
Uit de analyses blijkt dat het vaak gaat om een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Bij een aantal incidenten zien we dat niet naleven van procedures en werkinstructies een factor is. Daarbij kan onder meer gedacht worden aan instructie van medewerkers en het opvolgen en naleven van deze afspraken. In het algemeen ondersteunt dit het beeld dat het geven van instructies, borgen hiervan en toezien op naleving verbeterd kan worden. Dit is daarom permanent een punt van aandacht in werkoverleggen, toolboxmeetings en overige interne communicatie.
Personeel
In ons bestuursverslag leest u hier alles over ons personeelsbeleid en de activiteiten die we ondernemen om nu en in de toekomst de beschikbaarheid van goed gekwalificeerd personeel te borgen. In dit hoofdstuk van de Impactmonitor laten we onze maatschappelijke impact zien op (sociale) werkgelegenheid en het welzijn van medewerkers.
Gezondheid
De gezondheid van onze medewerkers is een belangrijk speerpunt in ons personeelsbeleid. Tal van voorzieningen worden geboden om onze medewerkers fit en gezond te houden. Voorbeelden daarvan zijn de inzet van de bedrijfsarts en bedrijfsmaatschappelijk werk, de inzet van een ergonoom, budgetcoaching, het stimuleren van het fietsen voor woon-werkverkeer en de generatieregeling. In samenwerking tussen de afdelingen KAM en P&O organiseren we periodiek een Preventief Medisch Onderzoek (PMO). Deze wordt elke vier jaar aangeboden aan alle medewerkers. Deelname is vrijwillig (deelname 2024: 42%). De medewerkers waardeerden het onderzoek met een rapportcijfer 8,6.
Verzuim
Als we dan toch te maken hebben met verzuim, dan proberen we daar zo snel mogelijk op te acteren. Onze P&O-medewerkers zijn getraind tot casemanagers om leidinggevenden te ondersteunen bij verzuimbegeleiding. Hiermee ontstaat beter zicht op verzuim en geleidelijk aan ook meer grip. Waar we in 2022 nog te maken hadden met voor ROVA-begrippen hoog verzuim (6,63%), daalde het verzuim in 2023 (5,17%) en 2024 (4,66%) tot redelijke niveaus. In het begin van 2025 hebben we te maken gehad met hoger verzuim als gevolg van een griepepidemie. Na een aanvankelijke daling in het voorjaar, is het verzuim in de rest van het jaar gestegen tot gemiddeld 5,51% over heel 2025. Dit is een half procent boven onze interne norm. Ook de meldingsfrequentie was met 1,3 hoger dan we gewend zijn. Het streven is om deze ruimschoots beneden de 1 te houden.

Onderstaande grafiek toont aan dat het verzuim in de oudere leeftijdsgroepen gemiddeld genomen hoger is.
Nadere analyses van het verzuim laten zien dat met name het lang verzuim een grote rol speelt. Het kort verzuim is relatief laag.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Verzuimduur | Percentage |
|---|---|
| Kort (1-7 dg) | 1,0% |
| Middellang (8-42 dg) | 0,7% |
| Lang (43-365 dg) | 3,0% |
| Extra lang (> 1 jr) | 0,7% |
Sociale veiligheid
Aan de hand van onze kernwaarden werken we aan een cultuur binnen ROVA waarbij iedereen actief meedoet, trots zijn op ons werk, afspraken nakomen en voortdurend streven naar ‘slimmer werken’. We willen dat iedereen zich bewust is van zijn/haar rol en bijdrage in de organisatie, de omgang met elkaar en de dienstverlening aan de inwoners in onze gemeenten (houding en gedrag). Daarbij moeten medewerkers zich veilig voelen binnen de organisatie om hun werk te doen, zich te uiten en zich te kunnen ontwikkelen. Hierbij geldt dat pesten, discriminatie en agressie en/of geweld absoluut niet wordt getolereerd. Het actief levend houden van onze normen en waarden doen we onder andere door: voorbeeld gedrag management, het actief onder de aandacht brengen en houden van onze kernwaarden, bespreekbaar maken van houding en gedrag in werkoverleggen, stimuleren van het trots-zijn op ROVA door in- en externe communicatie over activiteiten en resultaten en door het aanspreken van medewerkers op ongewenst gedrag. Voor het vertrouwelijk kunnen melden van eventuele misstanden kunnen medewerkers gebruik maken van de externe vertrouwenspersoon en de klokkenluidersregeling. Medewerkers kunnen situaties van grensoverschrijdend gedrag melden bij deze externe organisatie (GIMD) en door een onafhankelijke commissie laten onderzoeken. De commissie van GIMD bestaat dan uit een onafhankelijk voorzitter met juridische expertise; twee commissieleden met ervaring op het gebied van sociale veiligheid en een ambtelijk secretaris die de commissie ondersteunt. In 2025 zijn vanuit medewerkers van ROVA geen meldingen voorgelegd aan de externe vertrouwenspersoon. Naast de jaarrapportage van de externe vertrouwenspersoon evalueren we jaarlijks ook intern de naleving van de bedrijfscode. Dit doen we aan de hand van een tweetal parameters: het aantal getroffen sancties en de omvang van uitgereikte gratificaties. Deze evaluatie bespreken we in het MT, met de RvC en met de OR. Uit de daaruit verkregen meerjarenoverzichten leiden wij af dat, uitzondering nagelaten, de bedrijfscode nog altijd goed wordt nageleefd. Uit onze eigen waarneming en de rapportages van ons management leiden wij ook af dat de medewerkers goed op de hoogte zijn van het belang van deze bedrijfscode.
Personeelsgegevens ESRS S1
Aantal personeelsleden per 31 december
| 31-12-2025 | 31-12-2024 | |
|---|---|---|
| Man | 467 | 422 |
| Vrouw | 72 | 70 |
| Overig | 0 | |
| Niet gerapporteerd | 0 | |
| Werknemers (totaal) | 539 | 492 |
Verhouding man / vrouw
| Man | 86,6% |
| Vrouw | 13,4% |
Verloop van werknemers
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Vrijwillig vertrek | 15 | 19 |
| Ontslag | 5 | 10 |
| Pensioen | 15 | 9 |
| Overleden tijdens dienstverband | 0 | 2 |
| Totaal | 35 | 40 |
Werknemers in aantallen personen per 31 december
| Vrouw | Man | Overig* | Totaal | |
|---|---|---|---|---|
| Aantal werknemers (in aantal personen) | 72 | 467 | - | 539 |
| Waarvan in vaste dienst | 67 | 427 | - | 494 |
| Waarvan in tijdelijke dienst | 5 | 40 | - | 45 |
| Waarvan oproepkrachten | 0 | 0 | - | 0 |
Werknemers fulltime / parttime
| Vrouw | Man | Overig* | Totaal | |
|---|---|---|---|---|
| Aantal werknemers (in aantal personen) | 72 | 467 | - | 539 |
| Aantal voltijdwerknemers | 13 | 365 | - | 378 |
| Aantal deeltijdwerknemers | 59 | 102 | - | 161 |
Werknemers in FTE per 31 december
| Vrouw | Man | Overig* | Totaal | |
|---|---|---|---|---|
| Aantal werknemers (in FTE) | 54,94 | 445,63 | 0 | 500,57 |
| Wwaarvan in vaste dienst | 51,54 | 408,43 | - | 459,97 |
| Waarvan in tijdelijke dienst | 3,4 | 37,2 | - | 40,6 |
| Waarvan oproepkrachten | 0 | 0 | - | 0 |
Werknemers fulltime / parttime
| Vrouw | Man | Overig* | Totaal | |
|---|---|---|---|---|
| Aantal werknemers (in FTE) | 54,94 | 445,63 | 0 | 500,57 |
| Aantal voltijdwerknemers | 13 | 365 | 378 | |
| Aantal deeltijdwerknemers | 41,94 | 80,63 | 122,57 |
Aantal werknemers niet in loondienst
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Aantal individuele opdrachtnemers (zelfstandigen, ZZP'ers)* | NB1 | NB1 |
| Aantal fte geleverd door een externe onderneming: uitzendkrachten, gedetacheerden, overig personeel e.d. | 158,52 | 160,82 |
| Totaal | 158,52 | 160,82 |
Werknemers op het niveau van hoger management per 31 december
| Aantal | Procent | |
|---|---|---|
| Man | 15 | 2,78% |
| Vrouw | 2 | 0,37% |
| Overig* | 0 | 0,00% |
| Niet gerapporteerd | 0 | 0,00% |
| Totaal | 17 | 3,15% |
| Werknemers (totaal) | 539 | 6,31% |
Werknemers per 31 december naar leeftijd
| Aantal | Procent | |
|---|---|---|
| Jonger dan 30 jaar | 50 | 9% |
| 30-50 jaar | 222 | 41% |
| Ouder dan 50 jaar | 267 | 50% |
| Werknemers (totaal) | 539 | 100% |
Werknemers met een beperking
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Man | 16,10% | 15,78% |
| Vrouw | 1,12% | 1,56% |
| Overig* | 0,00% | 0,00% |
| Niet gerapporteerd | 0,24% | 0,66% |
| Werknemers (totaal) | 17,46% | 18,00% |
Aandeel werknemers dat heeft deelgenomen aan evaluaties van prestaties en loopbaanontwikkeling
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Man | 55,44% | 57,74% |
| Vrouw | 7,96% | 9,82% |
| Overig* | ||
| Niet gerapporteerd | ||
| Werknemers (totaal) | 63,40% | 67,56% |
Klimaat
ROVA heeft beleid geïmplementeerd om haar materiële impact, risico’s en kansen met betrekking tot klimaatverandering en klimaatadaptatie aan te pakken. Specifieke acties omvatten het optimaliseren van energiegebruik, het benutten van hernieuwbare energiebronnen (zoals het integreren van zonne-energiesystemen in gebouwen en faciliteiten) en het terugdringen van CO2-emissies. Klimaatadaptatie heeft eveneens aandacht met maatregelen gericht op uitdagingen zoals waterbeheer tijdens extreme weersomstandigheden, het verminderen van hittestress en het behoud van biodiversiteit. We zien namelijk de druk van verstedelijking en klimaatverandering op biodiversiteit. De inzet van hernieuwbare energie wordt gemaximaliseerd door waar mogelijk het potentieel van bestaande activa te benutten voor de productie van zonne-energie. Deze inspanningen dragen bij aan bredere klimaatdoelstellingen zoals vastgelegd in de klimaatneutraliteitsdoelstelling van de Europese Commissie voor 2050.
In ons strategisch plan 2025-2030 hebben we doelstellingen opgenomen voor het verminderen van onze eigen CO2-footprint. Het streven is deze in 2030 verlaagd te hebben met 70% ten opzichte van het jaar 2022. Hiermee dragen we bij aan de mondiale doelstellingen om de emissie van CO2 tegen te gaan in strijd tegen verdere opwarming van de aarde. Uit onze eerste ESG-rapportage (2022) is gebleken dat circa 90% van onze CO2-footprint wordt veroorzaakt door onze voertuigen. De versterkte inzet op elektrificatie en de (tijdelijke) inzet van HVO100 moeten leiden tot een verlaging van die footprint. Bij onze ambitie tot elektrificatie hebben we te maken met het tempo waarin goede elektrische alternatieven beschikbaar komen in de markt. Voor de kleinere voertuigen als bestelbussen en personenvoertuigen is dat inmiddels geen probleem meer. Voor de grote specialistische voertuigen als kraanvoertuigen en zijladers ligt dat wat ingewikkelder. Hier zien we dat de markt tijd nodig heeft om goede alternatieven te ontwikkelen. De ontwikkelkosten hiervoor leiden tot hogere aanschafwaarden van de voertuigen en dus hogere kapitaallasten. Bij de aanschaf maken we telkens een goede afweging tussen de meerkosten voor fossielvrij transport in relatie tot de stijgende uitvoeringskosten voor onze gemeentelijke opdrachtgevers. In onderstaande tabel zien we de integratie van elektrisch materieel naar type voertuig. Van alle voertuigen is inmiddels 23,7% elektrisch aangedreven (2024: 22,6%). Per categorie zitten daarin nog grote verschillen. Om de realisatie van onze strategische doelstelling te kunnen meten gaan we de uitstoot van de voertuigen relateren aan het aantal werkuren van deze voertuigen. Deze KPI is nog in ontwikkeling.
Aandeel niet-fossiel aangedreven voertuigen
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Voertuigen en materieel: % niet-fossiel | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
| Bestelvoertuigen | 36,6% | 34,6% |
| Vrachtwagens | 4,7% | 2,4% |
| Veegmachines | 21,4% | 21,4% |
| Werktuigdragers | 29,9% | 32,4% |
| Totaal | 23,7% | 22,6% |
Bij het zoeken naar duurzame verwerkingsmogelijkheden voor het ingezamelde afval sturen we in CirkelWaarde-verband zoveel mogelijk op reductie van transport kilometers, de verlaging van CO2-emissie bij verwerking en eventueel CO2-afvang. Dit doen we door bij aanbestedingen te sturen op duurzame verwerking en CO2-afvang en door uitruil van afval en grondstoffen met andere publieke afvalorganisaties. Hiermee reduceren we transportkilometers (en dus de uitstoot van CO2). Ten behoeve van transportefficiëntie heeft CirkelWaarde in 2025 drie zogenaamde swaps (uitruil van afvalvolumes) gerealiseerd. Hiermee zijn 298.000 transportkilometers bespaard hetgeen een CO2 besparing oplevert van 238.000 kilo.
Om steeds meer zicht te krijgen op de duurzaamheidsimpact vraagt CirkelWaarde haar gecontracteerde verwerkers om jaarlijks een rapportage aan te leveren met betrekking tot hun emissies. De CirkelWaarde standaard Rapportage beschrijft in detail de eisen en inhoud van de duurzaamheidsrapportage. Hierbij zijn de volgende bestanddelen van informatie te onderscheiden: inzicht in de CO2-uitstoot gedurende in-/uitgaand transport én verwerking; gehanteerde verwerkingsmethode(n) en specificatie van de uitgaande fracties. Hiermee brengen we de impact op de volgende wijze schematisch in beeld. Omdat nog niet alle verwerkers in staat zijn de gevraagde informatie te leveren, is deze rapportage nog ‘work in progress’. Deze cijfers zijn dus niet verwerkt in onderstaande tabellen van scope 1 en scope 2.

In onderstaande tabellen presenteren we onze CO2-uitstoot in scope 1 (alle uitstoot als direct gevolg van eigen activiteiten) en scope 2 (alle indirecte uitstoot van ingekochte energie).
Broeikasgas emissies voor scope 1 en 2
| Scope categorie | Hoeveelheid (in ton CO₂-equivalent) | ||
|---|---|---|---|
| Locatie-gebaseerde aanpak | 2025 | 2024 | N / N-1 |
| 1.1 – Aardgas en overige brandstof gebouwen | 395 | 344 | 115% |
| 1.2 – Brandstofgebruik eigen voertuigen | 5.604 | 5.560 | 101% |
| 2.1 – Indirecte emissies door ingekochte elektriciteit (locatie) | 396 | 356 | 111% |
| Totaal | 6.395 | 6.260 | 102% |
| Scope categorie | Hoeveelheid (in ton CO₂-equivalent) | ||
|---|---|---|---|
| Markt-gebaseerde aanpak | 2025 | 2024 | N / N-2 |
| 1.1 – Aardgas en overige brandstof gebouwen | 395 | 344 | 115% |
| 1.2 – Brandstofgebruik eigen voertuigen | 5.604 | 5.560 | 101% |
| 2.1 – Indirecte emissies door ingekochte elektriciteit (markt) | 276 | 123 | 224% |
| Totaal | 6.275 | 6.027 | 104% |
Energieconsumptie op basis van CSRD tabel
| Hoeveelheid (in MWh) | |||
|---|---|---|---|
| 2025 | 2024 | N / N-1 | |
| 1. Fuel consumption from coal and coal products (MWh) | |||
| 2. Fuel consumption from crude oil and petroleum products (MWh) | 23.066 | 21.593 | 107% |
| 3. Fuel consumption from natural gas (MWh) | 3.576 | 2.833 | 126% |
| 4. Fuel consumption from other non-renewable sources (MWh) | |||
| 5. Consumption of purchased or acquired electricity, heat, steam, and cooling from non-renewable sources (MWh) | 670 | 613 | 109% |
| 6. Total fossil energy consumption (MWh) (calculated as sum of 1. to 5.) | 27.312 | 25.039 | 109% |
| Share of fossil sources in total energy consumption (%) | 94,5% | 96,0% | 98% |
| 7. Consumption from nuclear sources (MWh) | - | - | |
| Share of consumption from nuclear sources in total energy consumption (%) | - | - | |
| 8. Fuel consumption for renewable sources (including biomass, biogas, non-fossil fuel waste, renewable hydrogen, etc.) (MWh) | 252 | - | |
| 9. Consumption of purchased or acquired electricity, heat, steam, and cooling from renewable sources (MWh) | 1.105 | 830 | 133% |
| 10. The consumption of self-generated non-fuel renewable energy (MWh) | 229 | 209 | 110% |
| 11. Total renewable energy consumption (MWh) | 1.586 | 1.039 | 153% |
| Share of renewable sources in total energy consumption (%) | 5,5% | 4,0% | 138% |
| Total energy consumption (MWh) (calculated as the sum of lines 6,7 and 11) | 28.898 | 26.078 | 111% |
Door betere afvalscheiding leveren we een bijdrage aan de reductie van CO2-emissies.
| Afvalstroom | Hoeveelheid | Eenheid | Vermeden emissies 2025 (in ton CO₂e) | Relatief aandeel | 2024 | N / N-1 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| GFT en GTA | 128.799 | ton | -18.032 | 23% | -18.749 | 96% |
| Papier en karton | 40.464 | ton | 0 | 0% | 0 | 0% |
| Glas | 18.012 | ton | -3.062 | 4% | -3.275 | 93% |
| Textiel | 4.356 | ton | -10.367 | 13% | -12.031 | 86% |
| PMD/Plastics | 14.386 | ton | -31.938 | 41% | -31.970 | 100% |
| PMD/Metaal | 2.458 | ton | -2.126 | 3% | -2.128 | 100% |
| PMD/Drankenkartons | 2.289 | ton | -1.190 | 2% | -1.191 | 100% |
| B hout | 12.524 | ton | 2.505 | -3% | 2.737 | 92% |
| Schoon puin | 14.121 | ton | -14 | 0% | -14 | 101% |
| E-Waste | 4.527 | ton | -9.394 | 12% | -9.373 | 100% |
| Matrassen | 801 | ton | -1.906 | 2% | -2.073 | 92% |
| Hard plastic | 621 | ton | -366 | 0% | -352 | 104% |
| Metalen, schroot | 1.542 | ton | -1.334 | 2% | -1.284 | 104% |
| Totaal | -77.224 | 100% | -79.703 | 97% |
Naast het brandstofverbruik van onze voertuigen is het energieverbruik van onze bedrijfsgebouwen een belangrijke factor voor CO2-emissie. We leveren ook een bijdrage aan de mondiale doelstellingen door de inzet op hernieuwbare energie. Waar mogelijk zorgen we voor eigen opwek door het plaatsen van zonnepanelen op onze bedrijfsgebouwen en door (participatie in) exploitatie van zonneweides. Waar mogelijk treffen we energiebesparende maatregelen. De energie die we extern inkopen wordt geproduceerd uit hernieuwbare bronnen (groene energie en groen gas). Mede door de exploitatie van een grote zonneweide op onze stortplaats Bovenveld zijn wij netto-producent van duurzame energie.
Vermeden emissies door productie hernieuwbare energie (zonne-energie)
| Hoeveelheid in ton/CO₂e | ||||
|---|---|---|---|---|
| Activiteit | Toelichting | 2025 | 2024 | N/N-1 |
| Opgewekte energie (zon) MWh | Hernieuwbare energie opgewekt door ROVA | 5.994 | 5.430 | 110% |
| Hoeveelheid direct gebruikte opgewekte stroom PV panelen op overslaghal/vestiging dak Zwolle. | Verschil tussen totale ingekochte elektriciteit en totale daadwerkelijke verbruik | 229 | 209 | 110% |
| Totaal opgewekte en aan het net terug geleverde hernieuwbare energie | 5.765 | 5.221 | 110% | |
| Gemiddelde Nederlandse elektriciteits-netemissiefactor voor het jaar 2022/2024 | Bron: www.CO2emissiefactoren.nl, Lijst emissiefactoren 2022/2024, TTW; NB1 | 0,22 | 0,27 | |
| Vermeden emissies door productie en teruglevering van hernieuwbare energie | 1.268 | 1.410 | 90% | |
Biodiversiteit
Door verdergaande verstedelijking komt biodiversiteit steeds verder onder druk te staan. Bij het beheren van de openbare ruimte voor gemeenten worden we daar nadrukkelijk mee geconfronteerd. Waar dat kan proberen we met nieuwe beheervormen de biodiversiteit te versterken. Uiteraard moeten we dan ook naar onze eigen footprint kijken. Waar hebben wij een negatieve impact en hoe kunnen we deze negatieve impact ombuigen of verzachten. Bij de inrichting van onze bedrijfslocaties proberen we daarom rekening te houden met groenvoorzieningen om de impact op klimaat en biodiversiteit te beperken. Ook bij de inkoop van bomen en planten proberen we hiermee rekening te houden. Daarbij zoeken we nog naar KPI’s en meetmethoden om deze impact en de effecten van beheersmaatregelen te monitoren. Dit is een van de ontwikkelvragen in onze impactmonitor voor de komende jaren.
Circulariteit
Naast de impact vanuit onze dienstverlening op het gebied van afval en grondstoffen, houden we uiteraard ook in onze eigen bedrijfsvoering rekening met circulariteit, bijvoorbeeld bij onze bouwprojecten voor bedrijfslocaties (nieuwbouw en verbouw) en bij onze inkoopactiviteiten. Daarnaast zorgen we ervoor dat vrijkomende afvalstoffen zoveel mogelijk worden aangewend voor recycling.
Bij onze inkopen hanteren we het uitgangspunt ‘circulair, tenzij….’. We verkennen voortdurend de mogelijkheden voor duurzaam, circulair inkopen en geven de voorkeur aan circulaire oplossingen als deze redelijkerwijs beschikbaar zijn. In het duurzaam inkoopbeleid staan maatschappelijk verantwoord ondernemen, vermindering van energieverbruik, gebruik van duurzame, bij voorkeur herwonnen grondstoffen en recyclebaarheid centraal. Een mooi voorbeeld daarvan is hoe we omgaan met onze minicontainers. Retour gekomen minicontainers worden waar mogelijk schoongemaakt, gerepareerd en opnieuw uitgezet. Als blijkt dat hergebruik niet meer mogelijk is laten we ze shredderen om het materiaal vervolgens opnieuw in te zetten voor de productie van nieuwe minicontainers. We kopen vervolgens alleen minicontainers die voor minimaal 90% zijn geproduceerd uit deze secundaire grondstof (hergebruikt HDPE). Ook stellen we de eis dat containers minimaal 95% recyclebaar moeten zijn. Een ander voorbeeld betreft ons groenafval. Dit wordt zoveel mogelijk lokaal of regionaal verwerkt tot groencompost. Een derde voorbeeld betreft de inkoop van ons kantoormeubilair. Bij de inrichting van ons nieuwe kantoorpand te Lichtenvoorde hebben we zoveel mogelijk hergebruikt/refurbished meubilair ingekocht. Met dit project alleen al bespaarden we 4.492 kilo CO2 emissie.
Vervuiling
Uiteraard hebben wij met onze bedrijfsvoering ook impact op lucht, bodem en water. Daarom is het onderwerp ‘vervuiling’ als materieel aangeduid in de DMA. Net als bij de analyse van de impact op klimaat, wordt het grootste deel hierbij bepaald door onze intensieve transportbewegingen. Dagelijks zijn we met veel rijdend materieel aanwezig in het verkeer. Dat veroorzaakt CO2-emissies, uitstoot van fijnstof en stikstofoxiden en de verspreiding van microplastics. In het kader van de Impactmonitor willen we een dashboard gaan bouwen waar we deze impact aan de hand van gereden kilometers per type voertuig op basis van kengetallen de impact meetbaar maken. Vervolgens kunnen we het effect zichtbaar maken als we van fossiel-aangedreven voertuigen naar zero-emissie voertuigen gaan. Dit dashboard is nog in ontwikkeling en zal bij een volgende versie van de Impactmonitor worden opgenomen.
Als we spreken over microplastics dan hebben we het over kleine stukjes plastics in het milieu (water, lucht en bodem). Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat zo’n 32% van al deze microplastics afkomstig zijn van autobanden die slijten. Andere bronnen zijn textiel, plastic afval en plastic korrels die de industrie als grondstof worden gebruikt. Microplastics zijn schadelijk voor het milieu. Ze komen voor het grootste deel (70%) terecht in de bodem, maar ook in de lucht en het water. Hoewel het niet eenvoudig is om deze impact tegen te gaan gelet op de logistieke functie die we vervullen, is het wel goed om ons bewust te zijn van deze impact en na te gaan hoe we dit kunnen verminderen. Een van de mogelijkheden is het rijgedrag van onze chauffeurs. Daarom besteden we bij trainingen ook aandacht aan het zogenaamde nieuwe rijden (bewuster rijgedrag om brandstof te besparen en autobanden minder snel te slijten).
Op onze bedrijfslocaties zorgen we er voor dat er zo min mogelijk vervuiling naar de omgeving optreedt door bijvoorbeeld verwaaiing van plastics. Door op- en overslag zoveel mogelijk overdekt te doen, bulkcontainers af te dekken met netten en de bedrijfsterreinen regelmatig machinaal te vegen, beperken we het risico op vervuiling. Als er dan toch verwaaiing plaatsvindt, dan zorgen we er voor dat dit wordt opgeruimd.